Time-Out Project

Ormoy-FR

Time-Out Project
Time-Out Project Time-Out Project Time-Out Project Time-Out Project Time-Out Project Time-Out Project Time-Out Project Time-Out Project Time-Out Project Time-Out Project

Architectuur met actieve rol in de behandeling van probleemjongeren

Erik Wolsky studeerde in begin 2011 af aan de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft. Binnen het Explorelab deed hij onder begeleiding van Lidy Meijers, Thijs Asselbergs en Jeroen van de Laar onderzoek naar actieve architectuur voor de behandeling van probleemjongeren. De resultaten van dit onderzoek leidden hem naar het maken van een ontwerp voor een centrum voor probleemjongeren waarin de architectuur een actieve rol speelt in de behandeling van deze jongeren.

Het Time-Out Project is bedoeld voor probleemjongeren in de leeftijd van twaalf tot zestien jaar. Ze worden zes tot twaalf weken behandeld in Frankrijk om ze tijdelijk buiten hun eigen context te plaatsen. De jongeren worden behandeld in een groep van 8 jongeren met twee begeleiders en elke drie weken zullen er, afhankelijk van de voortgang van de jongeren, een, twee of drie jongeren afscheid nemen van het project. Jongeren uit een kliniek in Nederland zullen deze plek innemen. Het doel van de behandeling is, door ze los te laten komen van hun eigen omgeving, ze te leren hun gedrag en omgangsvormen te begrijpen en waar nodig te veranderen.

Om de probleemjongeren afstand te laten nemen van het behandelproces is een fysieke scheiding nodig tussen de behandel- en overnachtingsruimte. Daarom is er door Erik Wolsky voor gekozen om deze twee functies in twee aparte gebouwen te laten plaatsvinden. 
Een bestaande vervallen Franse boerderij is als uitgangspunt genomen voor het Time-Out Project. Vanwege de geschiedenis en het karakter van het gebouw zal hier de behandeling plaatsvinden. Er zijn architectonische interventies gedaan in dit behandelingsgebouw die terug komen in het nieuw ontworpen overnachtingsgebouw. 
Er is een beloningssysteem ontworpen dat het mogelijk maakt om de architectuur een actieve rol te laten spelen in de behandeling. Het beloningssysteem vindt plaats in het overnachtingsgebouw is vertaald in een hierarchie in architectonische kwaliteiten, gebaseerd op een verhouding tussen individu en groep. In het behandelingsgebouw is de architectuur dienend aan de behandeling. Op deze manier ontstaat het tegenovergestelde van het overnachtingsgebouw: Een passieve architectuur en een actieve behandeling tegenover een actieve architectuur en een passieve behandeling.

Elke drie weken zullen de jongeren worden geevalueerd. De begeleiders besluiten dan of ze klaar zijn om naar de volgende kamer te gaan. Het verschil in de vier soorten kamers komt tot uitdrukking in de grootte, het aantal ramen, het sanitair en het uitzicht. Door de hierarchie in deze verschillende kamers herkent de jongere zijn positie binnen de groep en kan hij deze positie uitdragen. In de groep kan sprake zijn van een jongere die wordt gerespecteerd door de groep en tegelijkertijd een goede band heeft met zijn begeleiders. Deze jongere wordt een "cultuurdrager" genoemd. Het is voor de hele groep duidelijk welke rol hij speelt in de behandeling door de kamer met de hoogste hierarchie.

 De kamers van de jongeren zijn ontworpen als een prive cocon: een plek waar de jongeren zich 's nachts terug kunnen trekken van de groep en afstand nemen van de behandeling. 

 

project team:

Erik Wolsky


« Terug